IJSLAND

23 september 2016 - Reykjavík, IJsland

18 september zondag.

We kamperen al drie dagen aan het Myvatn, het ‘muggenwater’. Geen mug te bekennen, gelukkig. Te koud of te nat. De camping is prachtig gelegen op een strak gemaaid glooiend grasveld, pal aan het water. De faciliteiten redelijk, goede douches en toiletten. Douchen doen we steevast in de stank van zwavel, zodra je de kraan opendraait word je omring door de geur van rotte eieren. Alle warmwatervoorziening komt hier blijkbaar direct van een van de vele heetwaterbronnen op het eiland.

De kookfaciliteiten zijn armoedig, een tochtig houten hok met een dak en wand van zeildoek, dat bij forse regenbuien zo lek is als een zeef. Geen elektriciteit, dus ook geen waterketel of kookstel, wat we bij eerdere campings wel aantroffen. We treffen het, want de regen is weggetrokken en we worden vanmorgen getrakteerd op een strakblauwe lucht. Die gaat echter gepaard met een koude wind en een temperatuur van rond de 4 graden. Toch hebben we hier ook buiten gekookt. Ons luchtbed gaat tijdelijk bij Frans in de tent en ik richt de onze in voor 4 personen. Heerlijk lamsvlees met gebakken aardappeltjes op de skottelbraai. Glaasje merlot erbij. We liggen meestal rond 21.00 uur op bed, kou kost energie. We duiken volledig ingepakt in onze fleece- en slaapzakken. Mutsen op, warme sokken en thermokleren aan. Kruikje mee. ’s nachts heb ik het in ieder geval niet koud. ’s Morgens staan we rond 6.15 op om verzekerd te zijn van een nog vrije douche.

Koken is tijdens deze reis een leuke uitdaging. De taken hebben we als vanzelfsprekend verdeeld. Als we in een hostel verblijven staat Frans achter de pannen, is er plek om buiten te koken, dan tovert Hans wat lekkers van de skottelbraai. In beide gevallen hak en snij ik een uitje en een aardappeltje. Bastiaan dekt de tafel. In Myvatn slepen we onze spullen naar het kookhok en steken de andere kampeerders de ogen uit met onze skottelbraai, waar gebakken eitjes met spek vanaf komen, of de een of andere prut met gehakt. De rest zit achter een gasbrandertje met een blikje witte bonen in tomatensaus of eten een gevriesdroogde maaltijden uit een zakje waar ze heet water op hebben gegoten. De Canadezen hebben het goed voor elkaar, hij komt steeds binnen met een inklapbaar kookstelletje van het formaat diplomatenkoffertje, zij met een set pannen. En natuurlijk haar rood geblokte kleedje. Allemaal meegenomen in het vliegtuig. Ze zijn zeer onder de indruk van Frans zijn Tipi tent. Licht en ruim en makkelijk op te zetten. Zij trekken weer verder, we wisselen adressen uit.

Ook wij breken vandaag op, hoog tijd, want de beheerder heeft tot onze verbazing simpelweg het douchehok afgesloten. De idioot. De camping is vanaf nu dicht. Bij het verder gelegen toiletblok verdringen de vele nog aanwezige jongelui zich bij de twee overgebleven douches en toiletten. Ik ben het zat, schiet zo in mijn kleren en zet een muts op mijn verwarde haren. Wegwezen. 

Voor we onze tocht naar het noordoosten vervolgen bezoeken we eerst het Krafla veld, waaronder een magmakamer ligt die voor vele erupties in de omgeving heeft gezorgd. We hebben uitzicht op de energiecentrale die hier is gebouwd. Het vulkanisch veld is nog steeds heel actief en vulkanologen verwachten elk moment een nieuwe uitbarsting. Bizarre gedachte. 

Het gebied waar we door rijden richting de Oostfjiorden, is prachtig. Geen zwarte lava meer, maar grasgroene velden en veelkleurige tapijten van korstmossen in de meest prachtige herfstkleuren van donkerrood en roestbruin tot helder geel en oranje. Een caleidoscoop aan kleuren als een grote patchworkdeken. Zoals overal op IJsland ook hier veel schapen en paarden. Op verschillende plaatsen zien we dat ze vanuit de bergen naar beneden worden gedreven. Blijkbaar om in de naderende winter dichter bij de farm te bivakkeren. We eindigen vandaag op Langanes, een schiereiland in het uiterste noordoosten. Het meest afgelegen gebied in IJsland volgens onze reisgids. Zoeken naar een camping doen we niet meer. De meesten zijn gesloten en bovendien te basic om nog leuk te zijn. We overnachten in de jeugdherberg Ytra Lón, gelegen bij een boerderij waar een Nederlandse vrouw samen met haar man een schapenfarm drijft. Op hun terrein hebben ze een stel containerwoningen geplaatst met studio’s voor langskomende toeristen. Bijzondere plek. Gezellig en sfeervol.